Een monumentaal orgel met een rijke geschiedenis

Zuid-Scharwoude (NL)

Koogerkerk

Van Dam 1881, IIP/23

Een monumentaal orgel met een rijke geschiedenis

Informatie

Het van Dam orgel (1881) in de Koogerkerk in Zuid-Scharwoude is een van de grootste instrumenten die de orgelbouwer L. van Dam en Zonen heeft gemaakt, een vermaard orgelmakersgeslacht, dat in 1777 werd begonnen. Vier generaties heeft de familie Van Dam de orgelmakerij gaande gehouden. De tweede generatie werd gevormd door twee zoons van de stichter: Luitjen Jacob en Jacob. Drie zoons van Luitjen Jacob zetten het bedrijf voort na 1846. Het waren deze drie, Lambertus (1823-1904), Pieter (1824-1889) en Jacob (1828-1907) die het orgel hebben gemaakt in 1881.

Het had twee manualen en een aangehangen Pedaal, doch met een royale ruimte voor een later te plaatsen vrij Pedaal. Ook was er gerekend op latere plaatsing van een Mixtuur, aangeduid op de registerknoppen met: Muëtte 3-4 st, en een Quintfluit op het bovenwerk, aangeduid op de registerknop met Muëtte 3 vt.

In 1912 werd de Salicet 4 vt op het bovenwerk door de firma H.W. Flentrop, Zaandam, vervangen door een nieuwe fabrieks-Voix céleste 8 vt vanaf klein c.

In 1932 benut dezelfde firma de vrijgehouden ruimte bij het aanbrengen van een pneumatische transmissielade waarop de pijpen C-d' van de manuaal-Bourdon 16 vt worden geplaatst om deze ook afzonderlijk op het pedaal te kunnen bespelen.

In 1965 wordt er voor het eerst een windmotor geplaatst, afkomstig van de Ned. Herv. kerk te Broek op Langedijk. De orgeltrapper wordt daarmee overbodig. De aanwezige handpomp installatie blijft echter gewoon intact.

Bij de laatste omvangrijke restauratie/uitbreiding (1983/1984) door Bakker & Timmenga te Leeuwarden, waarbij Jan Jongepier uit Leeuwarden adviseerde, werden de laden hersteld en een vrij Pedaal gerealiseerd op een nieuw gemaakte lade. Basis voor het pedaal was het aanwezige pijpwerk van de vier registers, afkomstig van het helaas afgebroken Van Dam orgel uit de Oosterkerk te Leiden uit 1901. Op de plaats van de Voix Celeste werd weer een Salicet geplaatst, eveneens afkomstig uit de Oosterkerk. Er werden enige wijzigingen aan de windvoorziening aangebracht en de pneumatische transmissie werd verwijderd. Om de spanen van de handpomp te behouden, werden deze naar binnen omgedraaid. Voorts werden de open plaatsen van de Mixtuur en de Quintfluit ingevuld, waarbij loos frontpijpmateriaal van de middentoren uit Leiden werd verwerkt. Bij de kerkrestauratie is het orgel verplaatst van het koor aan de oostkant naar de westkant van de kerk, voor de toren. De akoestiek is zeer fraai. De kerk is daardoor uitstekend te gebruiken voor allerlei concerten.

Bron: koogerkerk.nl

Hoofdwerk (C-g”’)

  • Prestant 8 vt
  • Bourdon 16 vt
  • Violon 8 vt
  • Holpijp 8 vt
  • Octaaf 4 vt
  • Prest. Quint 3 vt
  • Octaaf 2 vt
  • Cornet 3 st (disc)
  • Roerfluit 4 vt
  • Mixtuur 2-4 st
  • Trompet 8 vt (b/d)
  •  
  • Klavier koppel

Bovenwerk (C-g”’)

  • Prestant 8 vt
  • Viool de Gambe 8 vt
  • Fluit dolce 8 vt
  • Salicet 4 vt
  • Fluit trave 4 vt
  • Quint fluit 3 vt
  • Gemshoorn 2 vt
  • Klarinet 8 vt
  •  
  • Tremulant

Pedaal (C-f’)

  • Subbas 16 vt
  • Fluitbas 8 vt
  • Fagot 16 vt
  • Trombone 8 vt
  •  
  • Pedaal koppel