Bovenkerk
Hinsz 1741/1743, IVP/56
Over het oudste orgel, nu het Hinsz-hoofdorgel, is niet veel met zekerheid te zeggen. Aangenomen wordt dat de Bovenkerk in het bezit is gekomen van een groot orgel dat tussen 1520 en 1523 door Johan van Kovelens (of J. van Covelen) is gebouwd. Het oudste pijpwerk in het orgel (met name de fluiten 4′ en 2′ van het Bovenwerk) is waarschijnlijk afkomstig van Jan Morlet (1629). In 1676 voltooide Jan Slegel een nieuw orgel, waarbij hij materialen van het oude orgel gebruikte. In de jaren 1694-1712 bracht Johan Duyschot enkele wijzigingen aan en liet hij het orgel onderhouden.
Albertus Anthoni Hinsz voerde in de jaren 1741 – 1743 omvangrijke werkzaamheden aan het orgel uit: hij ontwierp een nieuwe kas, vernieuwde alle windkanalen, de laden en het regeringswerk. Bij deze gelegenheid werd ook de bestaande dispositie enigszins uitgebreid. Daarmee werd het het grootste orgel dat Hinsz maakte.
In de jaren 1788/1790 voegden H.H. Freytag en F.C. Schnitger Jr. een vrij pedaal van 8 stemmen toe en een Borstwerk van 4 stemmen bespeelbaar vanaf het Bovenwerk klavier. Zij plaatsten de Dulciaan 8′ van het Rugwerk op dit nieuwe Borstwerk, en een Fagot 16′ werd geplaatst op de vrijgekomen plaats in het Rugwerk. Gedurende de negentiende eeuw werkten de orgelbouwers Van Gruisen, Scheuer en Naber aan het instrument. In 1866 gaf de Kamper orgelmaker Zwier van Dijk het Borstwerk een eigen klavier. Ook voegde hij enkele stemmen toe.
Bron: https://debovenkerk.nl/orgels/
De originele klavieromvang is 49 toetsen (C-c”’), uitbreidbaar tot 56 toetsen (C-g”’) in het Premium abonnement.
De originele pedaalomvang is 27 toetsen (C-d’), uitbreidbaar tot 30 toetsen (C-f’) in het Premium abonnement.