Een breed scala aan klankkleuren

Goch (DE)

Pfarrkirche St. Maria Magdalena

Seifert & Sohn 2015, IIIP/42

Een breed scala aan klankkleuren

Informatie

In de Sint-Maria Magdalena kerk in Goch, een stad in Noordrijn-Westfalen, staat sinds 2015 een prachtig orgel van de hand van Romanus Seifert & Sohn (Kevelaer). Dit orgel vervangt een eerder exemplaar, eveneens door Seifert gebouwd in 1958, dat werd verwoest toen de kerktoren in 1993 instortte en het onder het puin bedekte.

Het huidige orgel heeft een Franse symfonische klankopbouw en bevat 42 registers die perfect aansluiten bij de akoestische eigenschappen van de gotische ruimte. De pedaaltorens links en rechts van het orgelfront herinneren aan de vorm van de oorspronkelijke toren, een subtiele verwijzing naar de tragische gebeurtenis.

Het orgel heeft drie klavieren: het Grand Orgue (I), de Récit expressif (II) met zwelkast, het Solo (III), en het Pédale. De tractuur is mechanisch, behalve bij het Soloklavier. Met een krachtige reeks aan prestanten van 16′ tot 2′ biedt het Grand Orgue een solide basis, ideaal om de tongwerken te ondersteunen. De Récit biedt veelzijdige mogelijkheden met o.a. de warme strijkers en de karaktervolle Voix Humaine 8′. Het Soloklavier is geïnspireerd op het werk van Cavaillé-Coll, met name het orgel in de abdij van Saint-Ouen in Rouen, en biedt extra mogelijkheden dankzij de prachtige fluitregisters en de zeldzame Violoncelle 8′. Het Grand Orgue zelf bevat slechts één tongwerkregister, waardoor het noodzakelijk is het derde klavier aan het eerste te koppelen om de tongwerken te kunnen gebruiken. Het pedaal bevat twee 32′ registers, de Sousbasse en de Violonbasse, waarvan de laagste tonen buiten de orgelkast horizontaal zijn ingebouwd vanwege de ruimtebeperkingen. Dankzij de Super II an P- en Super III an P-koppelingen kan het pedaal ook als zelfstandige solostem worden ingezet voor een breed scala aan klankkleuren.

Grand-Orgue (C-g”’)

  • Montre 16’
  • Montre 8’
  • Salicional 8’
  • Flûte à cheminée 8’
  • Octave 4’
  • Quinte 2 2/3’
  • Doublette 2’
  • Cornet IV
  • Mixture V
  • Clarinette 8’
  •  
  • II an I
  • III an I
  • Sub II an I
  • Sub III an I

Récit Expr. (C-g”’)

  • Bourdon 16’
  • Diapason 8’
  • Cor de Nuit 8’
  • Viole de Gambe 8’
  • Voix céleste 8’
  • Prestant 4’
  • Flûte octaviante 4’
  • Viole d’Amour 4’
  • Nasard harm. 2 2/3’
  • Octavin 2’
  • Tierce harm. 1 3/5’
  • Plein Jeu IV
  • Cor d’Harmonie 16’
  • Trompette harm. 8’
  • Basson-Hautbois 8’
  • Voix humaine 8’
  •  
  • Tremblant fort
  •  
  • III an II
  • Sub II

Solo (C-g”’)

  • Montre 8’
  • Flûte harmonique 8’
  • Violoncelle 8’
  • Flûte conique 4’
  • Basson 16’
  • Trompette 8’
  • Clairon 4’
  •  
  • Sub III
  • II an III

Pédale (C-f')

  • Violonbasse 32’
  • Soubasse 32’
  • Flûte 16’
  • Violonbasse 16’
  • Soubasse 16’
  • Basse ouvert 8’
  • Bourdon 8’
  • Octave 4’
  • Bombarde 16’
  •  
  • I an P
  • II an P
  • III an P
  • Super II an P
  • Super III an P